Uit een landelijke inventarisatie blijkt dat de klinische zorg voor volwassenen met een eetstoornis in Nederland tekortschiet. Aanleiding voor het onderzoek van psychiater Besjes en verpleegkundig specialist Ansink zijn signalen van lange wachttijden, beperkte behandelplekken en een gebrek aan inzicht in beschikbare beddencapaciteit. De onderzoekers concluderen dat de zorgvraag het aanbod structureel overstijgt en dat verschillen in opnamecriteria en gebrekkige samenwerking de problemen verder vergroten. Om de situatie te verbeteren, pleiten zij voor uitbreiding van capaciteit, betere landelijke coördinatie en intensievere samenwerking tussen zorgaanbieders.
Gebrek aan overzicht
De zorg voor volwassenen met eetstoornissen staat al langer onder druk. Patiënten moeten vaak maanden wachten op behandeling, terwijl gespecialiseerde klinische zorg bij slechts een beperkt aantal instellingen beschikbaar is. Toch ontbrak tot nu toe een landelijk overzicht van beddencapaciteit, bezetting en wachtlijsten. De onderzoekers verzamelden in 2025 gegevens bij 8 eetstoornisklinieken en 31 medisch-psychiatrische units (MPU’s). Daaruit blijkt dat het aantal klinische behandelplekken beperkt is, terwijl de vraag blijft groeien. Ook speelt versnippering van het zorgaanbod een belangrijke rol: samenwerking tussen verschillende zorgvormen verloopt vaak moeizaam en coördinatie ontbreekt regelmatig.
Volle bedden en lange wachtlijsten
De cijfers laten zien dat de capaciteit krap is. In eetstoornisklinieken zijn ongeveer 115 bedden beschikbaar, waarvan het overgrote deel bezet is. Tegelijkertijd wachten ruim 100 patiënten op opname. Op MPU’s is het beeld vergelijkbaar: 40 tot 45 bedden zijn beschikbaar, met tientallen patiënten in behandeling en een aanvullende wachtlijst. De wachttijden lopen hierdoor op tot maanden. Bovendien verschilt de duur van opnames sterk, van enkele dagen tot langdurige trajecten. Ook hanteren instellingen uiteenlopende toelatingscriteria, zoals BMI-grenzen of voorwaarden rondom motivatie en comorbiditeit. Dat kan ertoe leiden dat patiënten tussen wal en schip raken en geen passende plek vinden.
Samenwerking belemmert door verschillen
Een belangrijk knelpunt is de gebrekkige samenwerking tussen zorgaanbieders. De verschillen in opnamecriteria tussen klinieken en MPU’s maken het lastig om patiënten goed door te verwijzen of over te plaatsen. Dit kan behandeling vertragen en de kans op complicaties vergroten. Daar komt bij dat verplichte zorg slechts beperkt beschikbaar is. Hoewel deze vorm van behandeling soms noodzakelijk is bij ernstige eetstoornissen, zijn de mogelijkheden schaars en niet uniform georganiseerd.
Uitbreiding en coördinatie nodig
Om de situatie te verbeteren zijn volgens de onderzoekers meerdere stappen nodig. Allereerst is uitbreiding van het aantal behandelplekken essentieel om wachttijden terug te dringen. Daarnaast is betere landelijke en regionale coördinatie nodig, zodat beschikbare capaciteit efficiënter wordt benut. Ook pleiten zij voor meer uniforme opnamecriteria en betere samenwerking tussen klinieken, ziekenhuizen en andere zorgaanbieders. Dit moet voorkomen dat patiënten tussen organisaties in blijven hangen en zorgt voor een soepelere doorstroom in de zorgketen. Tot slot benadrukken de onderzoekers dat een meer samenhangend zorgsysteem niet alleen wachttijden kan verkorten, maar ook de kwaliteit van zorg en de behandeluitkomsten kan verbeteren.
Bekijk het artikel hier