Margreet Worm is nieuw boegbeeld voor Dimence Alkura, Specialistisch Centrum Aanhoudende Lichamelijke Klachten. Haar expertise is behandeling van en onderzoek naar vermoeidheid en gepersonaliseerde zorg. Ze stelt zich graag voor.
Ik ben GZ-psycholoog en senior onderzoeker bij Dimence Alkura. Mijn hart heeft sinds ik psycholoog ben gelegen bij behandeling van lichamelijke klachten binnen de ggz. Ik vind het belangrijk om klinische ervaring te onderbouwen met wetenschappelijk onderzoek. Dit was voor mij aanleiding om wetenschappelijk onderzoek te gaan doen. In 2022 promoveerde ik op cognitieve gedragstherapie (CGT) bij chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS), met speciale aandacht voor e-health, getrapte zorg, implementatie en gepersonaliseerde behandeling. Bewezen effectieve behandelingen vinden niet altijd hun weg in de ggz, terwijl veel mensen ermee geholpen zouden kunnen zijn.
Binnen Dimence Alkura ben ik coördinator van de onderzoekslijn ‘Gepersonaliseerde Zorg’. Als onderdeel hiervan voeren we een landelijk multicenter trial uit, waaraan ggz instellingen, revalidatiecentra en UMCs meedoen. Via dit onderzoeksverband versterken we als bijvangst het netwerk van behandelaren van somatisch symptoomstoornissen in Nederland. Ik begeleid daarnaast ook junior onderzoekers in hun ontwikkeling.
Ik geef scholingen, workshops en presentaties over klachtgerichte behandeling van chronische vermoeidheid en indicatiestelling bij somatisch-symptoomstoornissen. Daarnaast ben ik betrokken bij consultaties en second opinions. Juist bij lichamelijke klachten blijkt het noodzakelijk om het biopsychosociale denken te bevorderen bij collega’s. Er wordt binnen de ggz al snel gedacht dat een lichamelijke klacht een emotionele oorsprong moet hebben. Of dat wanneer klachten voortkomen uit een lichamelijke ziekte, ze uitsluitend medicamenteus behandeld kunnen worden. Door kennis te delen hoop ik dat meer patiënten een passende behandeling krijgen.
Ik zet mij persoonlijk in voor het verder versterken van specialistische zorg die niet alleen wetenschappelijk onderbouwd is, maar ook echt aansluit bij de individuele patiënt.